Search form

Psalmen 121

Wie God bewaart, is wél bewaard

1Een bedevaartslied.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen:

vanwaar zal mijn hulp komen?

2Mijn hulp is van de Here,

die hemel en aarde gemaakt heeft.

3Hij zal niet toelaten, dat uw voet wankelt,

uw Bewaarder zal niet sluimeren.

4Zie, de Bewaarder van Israël

sluimert noch slaapt.

5De Here is uw Bewaarder,

de Here is uw schaduw aan uw rechterhand.

6De zon zal u des daags niet steken,

noch de maan des nachts.

7De Here zal u bewaren voor alle kwaad,

Hij zal uw ziel bewaren.

8De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren

van nu aan tot in eeuwigheid.

NBG-vertaling 1951

© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap More Info | Version Index